Hoe kan ik veilig sporten met al die calisthenics manoeuvres?

Calisthenics kan zo uitdagend gemaakt worden als men zelf wil. Veel oefeningen worden uitgevoerd in, op of aan een bar. Hierbij kunnen atletische manoeuvres worden uitgevoerd op meer dan 3 meter hoogte, waarbij het kan voorkomen dat een atleet afspringt of valt. Om onderzoek hiernaar te doen komen verschillende vragen naar voren;

  • Hoeveel impact precies bij welk soort val of afsprong?
  • Hoe hoog komt een sporter?
  • Hoe ver land een atleet van de high bar?

Nog geen wetenschappelijk onderzoek
Tot voor kort was er nog geen onderzoek naar de impact van vallen bij calisthenics. In samenwerking met het InnoSportLab ’s-Hertogenbosch was het plan voor een exploratief praktijkonderzoek opgezet om de impactkrachten tijdens veel voorkomende Calisthenics afsprongen in kaart te brengen. Met steeds meer beoefenaars van de sport, al dan niet op wedstrijdniveau, is het van belang dat de veiligheid van atleten gewaarborgd blijft. Gehuld in een lycrapak met zeventien bewegingssensoren maakten de deelnemers hun (geplande) vallen, landend op een twintig centimeter dikke valmat. Stefan van Meurs, als onderzoeker nauw betrokken vanuit het InnoSportLab; ‘Eén van de uitkomsten was dat de impact van een val ongeveer tien keer het lichaamsgewicht is. Dat benadrukt de mate van kracht die op zo’n moment vrijkomt én laat zien hoe belangrijk het nemen van preventieve maatregelen is. Denk aan een zachte ondergrond en voldoende vrije ruimte om het toestel heen om veilig te landen.’

‘Ook kwam uit de metingen naar voren dat je tijdens een backflip ongeveer één meter boven de high bar uit komt. Mede daarom is de impact van de landing 32 procent meer dan wanneer je een gewone afsprong maakt. De hoogte van het hoofd is hoger dan waar de zogenaamde Head Injury Criterion-test van uitgaat: een formule om de kans op hoofdletsel door een val of botsing te meten. Het laten vallen van een vallichaam is daarom mogelijk niet representatief voor de impact die een val tijdens calisthenics heeft. Mede daarom is ons onderzoek van toegevoegde waarde voor de sport.’

De resultaten vatte het InnoSportLab ‘s-Hertogenbosch samen in een tabel, waar je per ervaringsniveau en afsprong onder meer ziet met hoeveel impact (gemeten in Newton) je neerkomt en hoe ver van de atleet van de high bar landt. ‘Dat is uit veiligheidsoogpunt niet alleen interessant voor calisthenicsparken’, geeft Van Meurs aan. ‘Het biedt voor de NLCB bijvoorbeeld uitgangspunten om hun keurmerk verder te ontwikkelen of om normen te stellen vanaf welk niveau je bepaalde afsprongen mag maken.’

Vincent Verhoef, NLCB en mede-oprichter van de wereldbond voor calisthenics (International Calisthenics and Street Workout Federation), is razend enthousiast over het uitgevoerde onderzoek. ‘Ongeorganiseerd, individueel sporten in de openbare ruimte is enorm in opmars. Er zijn nu al 360 calisthenics-parken in Nederland, waarin zelfs grote wedstrijden worden gehouden. Over specifieke veiligheidsaspecten is alleen nooit nagedacht. De parken zijn ingericht conform de normen die gelden voor speeltuinen. Maar bij calisthenics zijn de oefeningen zo divers dat die richtlijnen niet voldoen. Als Nederland laten we nu zien voorop te lopen in de verdere professionalisering van de – hopelijk op termijn olympische – sport. Een noodzakelijke ontwikkeling om een optimale en veilige omgeving te creëren voor iedereen die calisthenics beoefent.’

Sportinnovator
Het is onderzoek is mede-gefinancierd met een Sportinnovator-voucher.

Test locatie
Het onderzoek is verricht in Bodyweight Sports te Heesch. Wij bedanken de eigenaren voor het beschikbaar stellen van hun locatie en alle deelnemers om de metingen te verrichten. De resultaten werden vervolgens door Van Meurs en zijn team geanalyseerd. 

Volop nieuwe vragen ter onderzoek
Met InnoSportLab ‘s-Hertogenbosch zijn we een langdurig samenwerkingsverband aangegaan. Alleen al dit project roept zoveel nieuwe vragen op. Daarmee is dit onderzoek pas een begin, dat we in een vervolgonderzoek willen kijken naar de effecten van de ondergrond op de impact. Van Meurs ‘Je kan je voorstellen dat die bij een val op een betonnen vloer hoger is dan als je landt op een dikke en met schuim gevulde mat. Iets anders is het belang van techniek. Hoe beter je landingstechniek is, hoe beter je in staat bent om een landing te absorberen. Kortom: de impact van een val ligt bij beginners dan ook hoger dan bij meer ervaren calisthenics-atleten. Maar hoeveel dat is, weten we nog niet.’ Ook dit kan inzichten opleveren om blessures te voorkomen en om dit steeds meer mee te nemen in trainingen.